Er zijn paarden die van nature mooi in balans galopperen. Maar er zijn ook genoeg paarden en ruiters die moeite met de galop hebben. Galop is een drietakt gang, soms hebben paarden hier echter moeite mee, verliezen sprong en gaan in viertakt galopperen. Andere paarden hebben moeite met aangalopperen, ze gaan net even wat harder draven voordat ze in de galop vallen, of komen juist terug in tempo voor het aanspringen en/of komen tegen de hand tijdens het aanspringen in galop. In deze blog ga ik ervanuit dat we gezonde paarden hebben, die rijtechnisch verbeterd kunnen worden. Lichamelijke problemen kunnen ervoor zorgen dat een paard niet graag galoppeert. Hij moet dan eerst door een dierenarts onderzocht worden.

In balans aan het been

De eerste voorwaarde is dat je paard in draf al in balans en voorwaarts aan het been naar twee teugels toe loopt. Je kunt schakelen in draf zonder dat je paard tegen de hand komt. Hij reageert heel direct op je been en wil echt naar voren vertrekken. Is dat niet zo, dan ga je eerst zorgen dat dat lukt. Geef been om de draf te verruimen. Reageert hij niet? Wees strenger. Gaat hij nog niet? Nog een keer duidelijker zijn en eventueel echt flink naar voren rijden, geef daarbij een tikje achter je kuit, zodat hij het echt begrijpt. Herhaal dit totdat hij wel reageert.

Kun je goed schakelen in draf dan kun je beginnen met aangalopperen. Rijd vlak voor de hoek iets actiever in draf en op het moment dat je net de hoek uitkomt, galoppeer je aan. Hoe beter je paard aan het been is, hoe sneller hij ook zal aangalopperen.

Overgangen

Is het aangalopperen goed gelukt? Ga dan eens op een grote volte de overgang herhalen, je zult merken dat als je een aantal keren achter elkaar de overgang draf – galop – draf maakt, je paard losser wordt. En als je paard losser is, gaat galopperen ook makkelijker!

Sprinten

Af en toe een sprintje trekken is erg goed voor ieder paard. Maar ook voor de paarden die niet uit zichzelf willen door galopperen of moeite hebben sprong te houden, is het goed om af en toe in verlichte zit te gaan zitten en écht een keer flink naar voren te galopperen. Meer dan je gewend bent. Het liefst tijden een buitenrit flink gas geven. De galopsprongen van je paard worden dan veel groter en hij galoppeert met meer ruggebruik. Vaak merk je de dagen daarna dat hij makkelijker galoppeert.

Drietakt

De galop is een drietakt, je herkent het geluid van galopperende paarden van verre. Sommige paarden gaan wanneer je probeert te verzamelen over in een viertakt galop. Dan zet hij zich vast in de rug en/of de hals. Ga dan weer schakelen en houd constant het gevoel dat je paard de hand naar voren wil volgen. Als je verzamelt, is het niet de bedoeling dat hij zich naar boven drukt en iets tegen de hand komt. Zodra je dat voelt gebeuren, rijd je weer iets naar voren en geef je de hals wat lengte om het daarna weer te proberen.

Goede galop

Sommige ruiters hebben moeite om in de goede galop aan te springen. Vaak een gevolg van scheefheid van het paard (en ruiter). Begin eerst eens met het sluiten en openen van een volte in draf en let daarbij op dat je paard niet teveel in buigt, maar vrij recht in de hals blijft. Heb je de schouders goed onder controle? Dan kun je op dat moment aangalopperen. Let ook op de plek waar je aanspringt. Doe dat niet op X, maar kies een plek waar de wand van de bak jou helpt de schouder te begrenzen, bijvoorbeeld het moment dat je een volte uitkomt en de hoefslag weer raakt. Als jullie samen al wat verder zijn en je kunt een nette schoudervoor rijden in de draf, dan helpt je dat ook om gesloten, met de juiste aanleuning en goed aan te springen.

Afwisseling

Zorg voor voldoende afwisseling. Als je paard moeite heeft met galopperen, doe het dan korte stukjes. Beter een aantal voltes met kwaliteit galopperen dan 5 minuten vechten. En ga tussendoor een paar minuten stapwerk doen, zodat hij niet te moe wordt om het vol te houden! En wacht niet te lang met je galopwerk zodat hij nog genoeg energie heeft om het vol te houden.