In het trainen van onze paarden ligt de focus op het voorwaarts en met impuls gaan van de paarden. Ik zeg ook altijd dat vroeg galopperen je paard helpt om sneller los te laten. Blijf dat vooral doen, want in galop en stap kan je paard zijn rugspieren goed loslaten. In draf blijft er altijd een bepaalde mate van aanspanning. Er is nog een oefening die jou veel vertelt over de losgelatenheid van de bovenlijn van je paard, namelijk achterwaarts gaan. Er zijn verschillende dingen die in deze oefening kunnen misgaan:

  • Je paard weigert achterwaarts te gaan.
  • Je paard gaat tegen de hand (met zijn hoofd omhoog) achterwaarts.
  • Je paard gaat heel langzaam, stapje voor stapje, achteruit.
  • Je paard gaat slepend achterwaarts.
  • Je paard gaat scheef.
  • Je paard gaat niet diagonaalsgewijs achterwaarts.
  • Je paard vliegt achterwaarts.

Aan de hand achterwaarts

Allereerst is het belangrijk om bij jezelf na te gaan of je paard aan de hand wel gemakkelijk achteruit gaat. En dan niet vluchtig en/of met het hoofd omhoog, maar ontspannen en op weinig/lichte druk. Paarden die dat niet doen, willen niet graag het bekken kantelen. Dat kan verschillende oorzaken hebben. In dit artikel ga ik ervanuit dat het een gezond paard betreft dat strak is in de bovenlijn.

Als jouw paard aan de hand/in het grondwerk gemakkelijk achterwaarts gaat en daar een stemhulp aangekoppeld is, kun je dat gebruiken als je erop zit. Zeker bij jonge paarden ondersteun ik de eerste tijd met stemhulp en soms met hulp van iemand op de grond die de hulp geeft, die ik ook aan de hand aan het paard heb geleerd. Heb je een paard dat onder het zadel niet achterwaarts wil, ga je terug naar het oefenen aan de hand. Daarna vraag je iemand om samen met jou vanaf de grond hetzelfde te doen als jij erop zit. Beloon je paard, zodra er een paar stapjes achteruit worden gezet!

Onder het zadel


Allereerst is belangrijk dat je paard voldoende impuls heeft als je aan het rijden bent. Is hij echt aan het been? Vertrekt hij zodra je het vraagt? En kun je zonder dat je paard zich lang probeert te maken ook juist terug in tempo? Als je daar ja op kunt antwoorden, kun je door naar het halthouden. Eerst eens door een paar pasjes stap heen. Kun je halthouden terwijl je paard netjes nageeflijk blijft en sluit hij mooi van achteren aan dan kun je over naar het achterwaarts. Probeert je paard zich toch lang te maken in de overgang en is het halthouden niet goed? Dan rijd je weer weg en maak je overgang opnieuw. Paarden die hierin wat duwerig blijven, schakel je juist een paar keer kort achter elkaar. Want hoe gek het ook klinkt, als je paard niet actief genoeg is, gaat je achterwaarts ook niet goed. Staat je paard in balans stil, dus mooi gesloten en tussen twee teugels dan geef je je paard de hulp voor het achterwaarts gaan. Doet hij een paar goede passen, dan beloon je met je stem en rijd je weer voorwaarts. Als je dit voorwerk goed gedaan hebt, zul je zien dat je paard ook rechter en actiever, in de juiste tact en meer nageeflijk naar achteren gaat.

Heb je een paard dat achteruit vliegt en misschien daarbij ook nog tegen de hand komt? Dan is bovenstaande ook belangrijk. Daarnaast is het bij dit soort paarden belangrijk dat ze met rust kunnen stilstaan. Voel jij dat je paard al achterwaarts denkt? Besteed dan juist meer aandacht aan het halthouden. Soms helpt het om jezelf voor te stellen dat jullie verankerd zijn aan de grond. Kan je paard uitademen en zich ontspannen in het halthouden, dan geef je heel weinig hulp om achterwaarts te gaan

Achterwaarts als training

We zijn gewend om 4 tot 6 passen achterwaarts te rijden. Net als in de proef. Maar ga hier eens mee spelen. Kijk eens of je langer achterwaarts kunt gaan. Bij één van mijn paarden gebruik ik de oefening vaak als hij een keer wat duwerig is, of net niet lekker op het achterbeen wilt komen. Soms ga ik wel een aantal keren een hele lange zijde achterwaarts. Hij begint dan wat wringerig, maar op den duur voel ik zijn rug en aanleuning zachter worden. Het achterwaarts wordt dan vloeiender. Als ik dan weg draaf of galoppeer, voelt het een stuk fijner aan. Je paard moet immers zijn bekken achterover kantelen en de rug wat bollen, dit helpt hem om los te komen.

Sportmassage en training

Zoals ik wel eens eerder heb gezegd, is het loshouden van wervelkolom en spieren belangrijk om in de training verder te kunnen. Maar je hebt ook een juiste training nodig. Je kunt je paard steeds los laten maken, maar als je in de training niet werkt aan het juiste lichaamsgebruik, kom je ook niet verder. Andersom geldt ook, als je steeds meer van je paard vraagt, heeft je paard het nodig om goed gemanaged te worden om los te blijven en zijn werk goed te kunnen doen.

Daarom is het belangrijk om een team van specialisten waar jij vertrouwen in hebt om je heen te bouwen.
Wil je meer weten over sportmassage en training van je paard? Stuur me een berichtje: info@hetsoepelepaard.nl

Op 3 juli a.s. geef ik een workshop in Amerongen bij de De Paardenschuur. Er zijn nog enkele plaatsen vrij.